Verdwaald

Als de kleinkinderen komen logeren, brengen ze altijd een heleboel spullen mee: pyjama’s, knuffels, speelgoed, dekens en luiers. En dat moet na de logeerpartij ook allemaal weer mee terug naar huis. Zo rij ik zondagmiddag met een auto vol – inclusief knutselwerkjes en cup cakes die ze hebben gebakken en versierd – naar Amsterdam om de kinderen weer thuis te brengen. Alle parkeerplekken bij het huis zijn bezet, dus ik zet mijn auto voor het gemak maar even op een tijdelijke plek. Ik hoef alleen maar wat uit te laden en straks zet ik hem wel netjes weg. Zo hoeven we niet zo ver te lopen met al die tassen.

“Wil je koffie?” vraagt mijn dochter. “Ja, lekker”, zeg ik, “maar dan parkeer ik toch eerst even de auto.” Ik stap in mijn auto en net als ik weg wil rijden komt er een oud dametje achter een rollator mijn kant op schuifelen. Ze gebaart dat ik moet stoppen en een beetje nieuwsgierig stap ik uit. “Ik ben verdwaald”, zegt ze. Ze klinkt best wanhopig. “Waar moet u zijn?” vraag ik. “Ergens bij de Jumbo”, antwoordt ze en noemt een straatnaam. “Wat ben ik dom geweest”, jammert ze. “Ik had meteen naar de bingo moeten gaan en niet eerst boodschappen moeten doen, want nu weet ik de weg niet meer.”

Omdat ik niet zo bekend ben in de buurt, kijk ik op Google Maps waar ze moet zijn. Hemelsbreed is het niet eens zo ver, maar zou ze er met mijn uitleg wel komen? “Stap maar in”, besluit ik. “Ik breng u wel eventjes.” “Maar mijn rollator dan?” “Die kan op de achterbank.” Ik hou de deur voor haar open en installeer haar voorin, waarna ik de rollator met boodschappen en al ondersteboven op de achterbank wurm. Zeven minuten rijden, geeft Google Maps aan. Zeven minuten om haar over Jezus te vertellen.

“Hoe oud bent u eigenlijk?” vraag ik haar. “Zesennegentig”, zegt ze. “Wauw, bijna honderd!” roep ik uit. “Alsjeblieft niet”, reageert ze. “Ik vind er niks meer aan hier. Van mij hoeft het niet meer.” “Kent u Jezus?” vraag ik. Ja, die kent ze wel. Ze heeft verschillende vriendinnen gehad die naar de kerk gingen, maar zelf heeft ze geen positieve ervaringen met de kerk. “Je kunt met Jezus over alles praten”, zeg ik. “Dan bent u niet zo eenzaam meer. Ik kan het u van harte aanraden, zelf praat ik ook met Jezus en Hij helpt mij altijd.” Mijn woorden over Jezus lijken niet echt binnen te komen. Haar focus ligt nu bij de bingo. “Ik hoop dat ik nog op tijd ben”, zegt ze bezorgd.

Als ik haar even later voor de deur van het gebouw afzet, bedankt ze me hartelijk. “Je bent een schat”, zegt ze. “Nu weet ik het verder wel.” Ze heeft haar weg gevonden. Haar weg naar de bingo.

“Kom je nog koffie drinken?” appt mijn dochter, die niet snapt waar ik blijf. Tja, die koffie zal nu wel lauw geworden zijn. Geeft niet, dit was belangrijker. Hoeveel kansen zou deze mevrouw nog krijgen in haar leven? “Je woorden keren niet leeg terug”, hoor ik in mijn gedachten. “Heer, mag deze vrouw alstublieft haar Weg vinden in het leven?” vraag ik aan God. “Mag zij alstublieft Jezus vinden, die niet alleen haar Weg wil zijn maar ook haar Verlosser, Redder en Vriend? Zo bid ik voor deze dame op leeftijd, en ook meteen voor alle andere verdwaalde mensen op deze wereld die een Herder nodig hebben. Ik ben dankbaar dat ik een zaadje mocht zaaien in haar leven en vertrouw op God voor de oogst.

Winkelwagen
Scroll naar boven